-
Wat is de grappigste film die je kent?
De grappigste film die ik ken, is Zelig van Woody Allen. Het is een vrij onbekende film, maar hij is ontzettend grappig. Allen speelt zelf een man die zich continue totaal aanpast aan anderen. Dat gaat zo ver door, dat hij ook de hele tijd de ander wórdt. Zodra hij met een Chinees praat, wordt hij een Chinees. En zodra hij naast Hitler staat, wordt hij Hitler. Op een gegeven moment leidt dat tot totale verwarring. Hij praat met een psychiater, gespeeld door Mia Farrow, maar omdat hij zelf dus óók een psychiater is, valt er niet met hem te praten. Wanneer zij hem daarna vertelt dat ze helemaal geen psychiater is, belandt hij in een crisis. Zelig wordt dan juist enorm assertief: als hij met iemand praat die hem zegt dat het mooi weer is, gaat hij dat juist ontkennen. Het gaat eindeloos door. Maar ik heb ontzettend veel plezier met die film gehad. Misschien heeft het wel iets met mijzelf te maken, dat ik die neiging ook wel heb. Dat heb ik weer van mijn vader, die was acteur. Als een Belg hem de weg vroeg, antwoordde hij zelf óók met een Belgisch accent. Niet om die man belachelijk te maken - hij was zichzelf er vaak niet eens bewust van. Het was een soort automatisme. -
Welke film heeft je diep ontroerd?
Misschien heel merkwaardig, maar dat was La Traviata van Franco Zeffirelli, met Plácido Domingo en Teresa Stratas in de hoofdrollen. Het is op zich al een mooie film. Maar het was voor mij een heel bijzondere ervaring omdat het de eerste film was die ik met mijn vrouw Monique van de Ven keek toen we verliefd waren. We hebben allebei vreselijk hard zitten huilen. En dat schepte toch een soort band: 'Goh, wat lekker dat we allebei zo hard kunnen huilen om deze film'. En het is natuurlijk sowieso prachtige muziek. -
Welke film associeer jij met verliefdheid?
Dan noem ik toch Notting Hill, één van mijn absolute lievelingsfilms aller tijden. En dan niet eens omdat het zo'n briljante film is, maar omdat Notting Hill mij elke keer weer weet te raken. Het is ook een heel mooi thema: de omgekeerde Assepoester. En heel goed uitgewerkt. Of ik mij daar in herken? Misschien ten dele. Toen ik Monique ontmoette, was ik in kleine kring wel een bekende acteur. Maar zij was een ster! Het lag helemaal niet voor de hand dat een nota bene getrouwde ster als Monique verliefd op mij zou worden. En zo komen we meteen op een andere film die ik altijd met verliefdheid zal associëren: Een maand later van Nouchka van Brakel. Omdat ik Monique op de set van die film heb leren kennen. Je ziet het ook nog steeds terug aan de scènes: je ziet dat onze liefdesscènes écht zijn. Het was eigenlijk onbegrijpelijk dat de crew er op dat moment niets van merkte! We moesten onze verliefdheid op dat moment nog even verborgen houden. Zij was nog getrouwd, met Jan de Bont, en zijn broer Peter draaide de film. Dus het lag allemaal nogal gecompliceerd. -
Wat is de engste film die je kent?
The Shining van Stanley Kubrick. Ik hou echter helemaal niet van enge films. Net zo min als ik hou van enge machines op de kermis. Van die semi-doodservaringen. Ik denk altijd dat mensen die naar dat soort films kijken dat nodig hebben omdat ze zelf te weinig spannende dingen mee maken in hun eigen leven. Ik heb al genoeg spannends meegemaakt, dus ik heb geen enkele behoefte aan dat soort films. Maar The Shining heb ik gezien, en vond ik doodeng. Dat kindje dat door die lange gangen rijdt en dan de geest van een bebloed kind ziet. En dat hele proces waar Jack Nicholson doorheen gaat, de gekte die hem totaal bevangt. Nee, dat gevoel herken ik als schrijver helemaal niet. Het is wel zo dat als ik schrijf, ik enorm bevangen kan worden door de scène die ik schrijf. Als ik een ontroerende scène schrijf, moet ik ook echt huilen boven mijn toetsenbord. Of als ik een geile scène schrijf, word ik echt opgewonden. -
Wat is de beste actiefilm die je kent?
Ik koester hele dierbare herinneringen aan mijn lievelingsactiefilm Once Upon a Time in the West, met die geweldige openingsscène. Ik heb die film met mijn broertje Bart gezien: ik was 25, hij was tien geloof ik. Hij logeerde bij mij en we gingen samen naar de film. We zaten nog wat na te praten, toen er iemand aan de overkant van de straat met een windbuks schoot. Dat was zo eng! Het leek opeens alsof die hele film werkelijkheid werd. Die herinnering maakt Once Upon a Time in the West voor mij extra dierbaar. -
Wat is de beste film die je kent?
Dit is een onmogelijk vraag - dat weet je, toch? Er komen nu sowieso een paar titels in mij op... maar ik noem een film die vast nog niet vaak genoemd is: La terrazza van Ettore Scola. Dat was één van de eerste mozaïekfilms. Het verhaal volgt een aantal vrienden die samen komen op een terras waar ze feest vieren. Ik hou erg van dat soort mozaïekfilms - ik vind Love Actually en Crash bijvoorbeeld ook geweldig. Bovendien zit in die film één van de meest onvergetelijke scènes die ik ooit heb gezien. -
Wat was jouw mooiste filmervaring?
Pfff.... dat zijn er weer zoveel! Maar als ik moet kiezen... dan ga ik toch voor het maken van In de schaduw van de overwinning, een oorlogsfilm die ik halverwege de jaren tachtig heb gemaakt met Ate de Jong en Jeroen Krabbé. Het was eigenlijk de eerste keer dat ik een filmscript schreef. Ate had een scenario geschreven, maar dat kwam niet door het Filmfonds heen. Dus vroeg hij mij of ik het wilde herschrijven, al had ik daar eigenlijk helemaal geen verstand van. Ate had echter heel veel vertrouwen in mij. De film ging over het verzet en vooral over de rol die Friedrich Weinreb in het verzet had gespeeld - ik speelde een personage dat op hem was geïnspireerd. Hij had een fictief emigratiebureau opgezet en een niet bestaande Duitse generaal 'gecreëerd' met wie hij - naar eigen zeggen - correspondeeerde. Joden die zich bij hem - tegen betaling - lieten registreren, zouden voor deportatie kunnen worden behoed. Ate zat achter zijn schrijfmachine en ik speelde alle scènes voor - op die manier schrijf ik eigenlijk nog steeds mijn scenario's. Ik bedenk in mijn hoofd alle personages en wacht dan op wat ze gaan zeggen in de situaties waar ze in belanden. Dat schrijf ik dan op. Die methode is toen eigenlijk ontstaan. Pas toen we gingen draaien, leerde ik Jeroen goed kennen, met wie ik samen in die film speelde. Op die set zijn wij drieën heel goede vrienden geworden. En ruim tien jaar later hebben we samen Left Luggage gemaakt, nog steeds de beste film die ik ooit heb geschreven. -
Welke filmscène heeft op jou diepe indruk gemaakt?
Dat is één van de meest grappige scènes uit La terrazza. Marcello Mastroianni speelt een schrijver die worstelt met een writer's block. En dat terwijl hij een heel belangrijk filmscript moet afleveren. Hij tikt nog op zo'n ouderwetse IBM-tikmachine met zo'n bolletje. En eigenlijk het enige dat hij de hele tijd doet, is spelen met dat bolletje, dat hij aan een touwtje heeft gebonden. Op een gegeven moment krijgt hij toch inspiratie en begint als een gek te tikken: door het plotseling ratelen van die IBM ontstaat er een enorme opwinding in het huis. De huishoudster maant iedereen tot stilte - want de schrijver is aan het schrijven! Er komt dan bijvoorbeeld een groenteboer langs met een enorme luidspreker, die zij dan berispend toespreekt, met haar vinger voor de lippen. En hij begrijpt dat ook - want iedereen heeft respect voor de schrijver. Dat is een heel grappige, mooie scène. -
Wat is de eerste film die je je kunt herinneren?
De laatste passagier van regisseur Jef van der Heyden. Hij draaide laatst nog in het Filmmuseum. Ik speelde in die film toen ik tien was, samen met mijn vader. Hij was een motorcoureur, en omdat hij zo goed was, gingen we emigreren naar Australië. Dat vond ik wel goed, maar alleen als ik mijn hondje Kwikkie mee mocht nemen. Maar dat mocht niet. Dus verstopte ik mij. En dan zie ik een boef die zijn buit verstopt. Eigenlijk is het een tweederangs kinderfilm - overigens wel met erg goede acteurs, als Elise Hoomans, Bernard Droog en dus mijn vader. Dat maakt die film wel tot een heel bijzonder project voor mij. -
Wat is je favoriete Nederlandse film?
Ik weet niet of het de beste Nederlandse film is die ooit gemaakt is. Maar om sentimental reasons kies ik voor De overval. Ik heb hem laatst nog eens terug gezien, omdat mij gevraagd was of ik een remake wilde maken. Dat is niet doorgegaan, onder meer omdat ik vond dat het helemaal niet nodig was: die film staat nog steeds recht overeind. Misschien is 'ie naar huidige maatstaven wat traag. Maar waarom zou je er dan een remake van maken? De overval was eigenlijk de eerste docudrama die werd gemaakt: de film vertelde over een overval op het Huis van Bewaring in Leeuwarden tijdens de Tweede Wereldoorlog. En mijn vader speelde een hoofdrol. Ik was twaalf jaar oud toen hij hem maakte. Oorspronkelijk zou Bert Haanstra trouwens die film maken, wist je dat? Maar hij wilde wat fictie in de film stoppen. Hij wilde dat zich een love story tussen twee van die verzetshelden ontwikkelde. Dat lag echter heel gevoelig, en om de een of andere wonderlijke reden hadden die verzetsstrijders een belangrijke stem in de productie gekregen. Piet Kramer, de man die mijn vader speelde, wilde pertinent niet dat dat zou gebeuren. Dus haakte Bert Haanstra af. Uiteindelijk is de film gedraaid door een Britse documentairemaker, Paul Rotha. Het is een heel spannende film geworden, toch. En natuurlijk is Soldaat van Oranje van Paul Verhoeven nog steeds een meesterlijke film. Misschien is dat wél de beste Nederlandse film ooit gemaakt. Ik ben momenteel bezig aan het scenario voor de musical Soldaat van Oranje. Het was een lastige taak om me aan de film te ontworstelen - tot ik weer het boek van Erik Hazelhoff Roelfzema ben gaan lezen. Paul en scenarist Gerard Soeteman hebben een heel eigen interpretatie van zijn verhaal gemaakt. Ik ben meer teruggekeerd naar het boek en heb een andere ingang gevonden. Dat was een bijzondere ervaring: het gebeurt heel vaak dat fictie en werkelijkheid botsen. Om een goede film of musical te maken, moet je soms buiten de werkelijkheid om gaan. En daar zijn mensen die iets zelf hebben meegemaakt het vaak niet mee eens. Zo is Roelfzema tijdens de oorlog geloof ik 72 keer op en neer gegaan naar Engeland - in de film gebeurt het maar één keer. Ik begrijp die keuze wel. Het is een prachtige scène, maar je moet er toch niet aan denken om Rutger 72 keer op de plecht van dat schip te zien staan. -
Van welke film had jij zelf de hoofdrol willen spelen of de regie willen doen?
Ik had heel erg graag de verfilming van The Reader willen maken. Ik ben op een gegeven moment getipt door een oom in Amerika die mij zei dat ik dat boek moest lezen. Ik heb het in een ruk uitgelezen en dacht meteen: 'Hier wil ik een film van maken'. Maar ik heb er geen werk van gemaakt. En nu is het al gedaan. Het is een prachtig verhaal: de liefde tussen een jonge jongen en een vrouw die in de oorlog kampcomandant is geweest, en joden in een kerk heeft laten verbranden. De versie die regisseur Stephen Daldry ervan heeft gemaakt is overigens prachtig. Het is een spannende, bijna erotische film geworden, ondanks of misschien juist door de afschuwelijke achtergrond van Hanna Schmitz. En Kate Winslet speelt de rol van haar leven.
Edwin de Vries werd getipt door Monique van de Ven


Reacties (0)
Er zijn nog geen reacties.