-
Wat is de grappigste film die je kent?
Dat wisselt heel erg. Humor is sowieso erg aan smaak onderhevig, en als je zo stokoud bent als ik, heb je al zoveel fasen in je leven gekend waarin je pret hebt beleefd aan zoveel verschillende films. Ik heb nog levendige herinneringen bij films die verder niemand meer kent. Eén van de meest hilarische films die ik ooit heb gezien, is Hellzapoppin, een komedie van Henry Potter uit 1941. De film verhaalt over het productieproces van een film, die ontaardt in een soort Wim T. Schippers-achtige anarchie. Verder hou ik mijn hele leven al van Laurel & Hardy. Maar het probleem met films is dat ze net zo snel verouderen als mensen. Het heeft heel erg met tempo te maken, merk ik - en 1001 andere dingen, zeker als het om lachen gaat. Lachen is zo tijdsgebonden, humor verandert zo ontzettend snel. Alle dingen waar mensen in de negende eeuw dubbel om lagen, zit je nu met lange tanden doorheen te lezen. Het recente komedieaanbod volg ik niet meer zo, moet ik toegeven. Daar durf ik dus ook niets over te zeggen.
-
Welke film heeft je diep ontroerd?
Wat een vrágen! Pfff... ontroerd. Ik ben niet zo'n ontroerbaar type. Goeie God... ik zou het echt niet weten. Als jong mens huilde ik niet, al scheelde het niet veel toen ik voor de eerste keer Bambi zag. Kinderen kunnen sowieso veel beter en aangenamer huilen om en meeleven met films. Wat ik een waanzinnige film vind, was Shoah van Claude Lanzmann. Dat is een van de meest aangrijpende beelddocumenten die ik ken. Maar dat is vermoedelijk niet het soort ontroering dat u zoekt. Een erg mooie sentimentele film vond ik de oerversie van Brief Encounter van David Lean, uit 1945. Er is later nog een remake gemaakt waar de honden geen brood van lustten, maar ik weet nog goed dat die originele film mij erg wist te ontroeren. De muziek van Rachmaninoff hielp ook wel erg mee, moet ik zeggen. Ik vind dat huilen ook niet zoveel zegt over échte ontroering. Bij een film als Brief Encounter hoef je je niet te genereren als je een traantje hebt weggepinkt, dat deugde wel. Net als bij Bambi. Maar er zijn teveel films die tranen opwekken met goedkope sentimentele trucjes. Tranen alleen zeggen niet zoveel over ontroering.
-
Welke film associeer jij met verliefdheid?
Pffff... je hebt hier wel met een oude man te maken! Al heb ik natuurlijk wel een verschrikkelijk rijk liefdesleven achter de rug. Na de oorlog had ik een vriendinnetje, met wie ik allerlei mooie films zag in de Uitkijk. Ik geloof echter niet dat ik nog een titel kan noemen... het waren allemaal klassiekers, van vóór de oorlog. Of jawel: De roverssymfonie, van Friedrich Feher, uit - ik meen - 1936. Een wonderlijk, poëtisch verhaal over een stel mannen die op een hele muzikale manier op zoek gaan naar een schat die in een pianola verborgen zit, zoiets. De film was eigenlijk geen hele grote hit. Hij ging in première in april 1940, maar moest eind mei natuurlijk verdwijnen: de Duitsers stonden geen Engelse filmproducties meer toe. Toen De roverssymfonie na de oorlog in reprise ging, stond die film bijna symbool voor de vrijheid en de hoop. De print was echter ontzettend slecht, en het negatief van de film schijnt in Londen bij een bombardement verloren te zijn gegaan. Mijn hele generatie kent die film nog, althans, voor zover nog in leven zijn. Die representeert echt de hoop en vrijheid na de oorlog. Cherry Duyns heeft er laatst voor de VPRO nog een prachtige documentaire over gemaakt. Een andere film die ik me uit die periode nog levendig herinner, was Les enfants du paradis van Marcel Carné, een Franse productie die in de nadagen van de Duitse bezetting was gedraaid. Enerzijds stond Les enfants symbool voor het Franse verzet en de vrijheid - veel crewleden zeiden in het verzet te hebben gezeten - anderzijds werd hoofdrolspeelster Arletty na de oorlog veroordeeld omdat ze een relatie met een Duitse officier had gehad. Zij sprak toen de onsterfelijke woorden: "My heart is French but my 'con' is international!" Beide films trokken na de oorlog in Nederland tienduizenden bezoekers. Ze draaiden maandenlang in De Uitkijk, Alhambra en Kriterion: die laatste was min of meer uit het studentenverzet voortgekomen. De roverssymfonie heb ik wel twintig keer gezien! Ik kan me vooral die ene keer met dat vriendinnetje nog herinneren: we zaten onder het balkon en zij kreeg ademnood door de slechte ventilatie. De mengeling van die film en de verliefdheid én dat meisje dat onwel werd, ben ik nooit meer vergeten. Ik moest natuurlijk met haar mee naar buiten, waar ik zwaar de pest in had, want ik wilde die film natuurlijk gewoon zien!
-
Wat is de engste film die je kent?
Waarschijnlijk sloeg ik die over: ik houd totaal niet van dat genre. Ik zette een knop om als ik als recensent toch enge films moest zien: dan keek ik ze wel, maar dan deden alle angels en valkuilen die me bang moesten maken mij niets meer. Of ik besteedde ze heel bewust uit aan anderen. Ik houd wel erg van Hitchcock trouwens: zijn films zijn niet alleen eng, maar ook erg mooi. Psycho, de moord op Janet Leigh - dat is een enge scène waar ik erg graag naar kijken mag. Die film heb ik zelfs nog in Cannes gezien, op het Filmfestival. Ik kan me ook nog goed herinneren dat ik daar een paar jaar eerder The Man Who Knew Too Much zag, bij mijn weten in het bijzijn van Hitchcock zelf. U kent die scène wel van de moord in de Royal Albert Hall, wanneer een moordenaar tijdens een slag van de cymbalen zijn dodelijke pistoolschot lost. Die acteur, Reggie Nalder, had een heel onguur gezicht, zoals dat een moordenaar in een film natuurlijk betaamt. Het was een rolletje van niets natuurlijk, maar dat karakter en dat hoofd bleven wel hangen. Goed, de film was afgelopen, het was een galapremière: ik ging naar huis om een stukje te schrijven. Het was inmiddels na middernacht. Ik moest echter nog wat papieren halen in het Palais, waar zich op de bovenste etage de postvakjes voor het persvolk bevonden. Ik liep daar door de gangen van dat doodstille en uitgestorven Palais. Opeens komt daar vanuit het niets opeens een man aanlopen, aansluipen bijna... die Reggie Nalder, met dat ongure hoofd. Die man die ik nog geen uur geleden een moord had zien plegen! Ik ben me op dat moment echt een hartverlamming geschrokken. Die man zat nog helemaal in mijn hoofd als koelbloedige huurmoordenaar, en daar liep hij, recht op mij af. Zonder pistool weliswaar, maar toch. Het was verder een hele aardige man: hij groette me en het was voorbij. Maar toch... dat moment heb ik in mijn dromen nog heel vaak herbeleefd. Heel bizar.
-
Wat is de beste actiefilm die je kent?
Ik denk toch de eerste Bond-films maar. Ik kan me ook nog een van de nieuwere herinneren, waarin Bond in zijn hypermoderne wagen wordt achtervolgd door een heel leger Lada's: dat was ook een erg mooie, volslagen waanzinnige scène! Ik geloof dat het The Living Daylights was, met Timothy Dalton. Ik geniet bij 007 vooral van het dédain waarmee de Amerikanen zijn vijanden portretteren: van die Oost-Europese karikaturen die in van die treurige autootjes rijden. De oude Bonds waren ook nog zo oprecht spannend: je twijfelde soms of hij het dit keer zou redden of niet. De producenten probeerden de films nog een beetje geloofwaardigheid mee te geven. Die is volgens mij tegenwoordig ver te zoeken.
-
Wat is de beste film die je kent?
Ik heb ooit in een jury gezeten, in Brussel in 1956, op de Wereldexpositie. Het Atomium werd toen onthuld volgens mij. Die expo duurde drie maanden: in die periode werden er óók drie filmfestivals gehouden. Ze beoogden echt een grotemensen-festival, à la Cannes, maar dan voor experimentele films. Er werd ook een competitie georganiseerd om de beste film aller tijden te kiezen: ik meen dat daar Citizen Kane van Orson Welles uitgekomen is. Dat vond ik toen, en vind ik nu nog steeds, de enige juiste keuze. Dat is simpelweg de beste film ooit. Ik heb hem laatst nog eens teruggezien: hij zit nog steeds prachtig in elkaar, is mooi gemaakt, mooi geacteerd. Ik moet wél een kanttekening plaatsen trouwens. Van alle opera's die ooit gemaakt zijn, is 'Don Giovanni' de mooiste. Dat is zo, en dat zal altijd zo blijven. De moderne componisten kunnen zich een ongeluk componeren, maar ze zullen er nooit overheen gaan. Film is echter een enorm tijdsgebonden kunstvorm: de perceptie van de kijker verandert. De manier van kijken, van het oppakken van codes en conventies, verandert. Film is de meest turbulente van alle kunstvormen. Citizen Kane is - hoe goed de film ook is - qua tempo niet meer van deze tijd. Zelfs als ik hem kijk, heb ik soms al het gevoel: 'Kom op, Kane, even wat peper in je kont!'. Of: 'dit wisten we al, hebben we al gezien!'. Toch had Citizen Kane gisteren gemaakt kunnen zijn, of dat gevoel krijg je in elk geval: dat bewijst dat die film tegelijkertijd enorm tijdloos is. Dat vind ik een heel belangrijk criterium bij een keuze als deze. Fritz Lang heeft prachtige films gemaakt, maar ze zijn in alle opzichten gedateerd. Alleen al het feit dat de mensen er in zijn films zo raar bijlopen, of dat er - in onze ogen - rare auto's door de straten van zijn beeld rijden: voor je gevoel zouden zijn films zich bijna in de 18e eeuw af kunnen spelen. Dat soort dingen veroudert films. Daar heeft Mozart totaal geen last van als iemand zijn muziek zingt of speelt.
-
Wat was jouw mooiste filmervaring?
Mijn leukste, maar tegelijkertijd ook meest merkwaardige filmervaring was de internationale première van Fanfare, op het Filmfestival van Cannes. In Nederland was Fanfare het succes van de eeuw: de film werd door iedereen bejubeld, trok drie miljoen bezoekers. En we gingen naar Cannes! Het is nog steeds een van de weinige Nederlandse films ooit die in de competitie voor de Gouden Palm heeft mogen draaien. We zaten met alle betrokkenen in ons zondagse pak bij de galapremière in de grootste zaal van het festival: apentrots natuurlijk! Wij hadden die film al honderd keer gezien natuurlijk. We wisten wat er zou komen, we wisten exact waar het publiek zou gaan lachen: het beginshot van die eendjes zou meteen een schatersalvo opleveren. Maar niets... slechts do-de-lijke stilte. Niets! En zo bleef het, tot de laatste scène. Dat sophisticated publiek van Cannes vond er echt geen reet aan! Ik zat daar maar, en Bert, en cameraman Eduard van den Enden, en Appie Mol, Hans Kaart, Bernard Droog, Wim van den Heuvel, alle producenten: we wisten ons totaal geen houding aan te nemen. Ik dacht alleen maar: "Ik moet straks zorgen dat niemand merkt dat ik bij de makers hoor." Maar naarmate ik doordacht, meende ik het wel te begrijpen. Wij vonden dit het prachtigste dat we ooit hadden bedacht! En misschien was het ook wel het beste dat we in Nederland ooit hadden gemaakt. Maar kon dit competeren met de rest van de wereld? Al die duizend mensen in de zaal dachten: "Mot dit nou? Ben ik hiervoor nou naar Cannes gekomen?" Er klonk steeds meer gesnurk in de zaal, er werd geslapen bij het leven: dat was echt een heel rare ervaring. Twee dagen later bezochten we met z'n allen een enorme cocktailparty, georganiseerd door een paar grote Amerikaanse maatschappijen. Cannes is één grote aaneenschakeling van cocktailparty's, waar je gratis kan eten, gratis kan zuipen en eigenlijk elke keer weer dezelfde mensen ziet. Een Amerikaanse kwam op mij afgelopen: hij wist dat ik een Nederlander was, maar niet dat ik de schrijver van Fanfare was. Hij was heel vriendelijk, zei dat hij het een prachtige film gevonden had. "Dat lieg je!", dacht ik nog. "Anders had ik op z'n minst één iemand horen lachen!" Er was echter één ding dat hij heel erg merkwaardig vond. Hij kende Nederland wel, hij vond het oprecht een leuk land. Maar hoe was het nou toch mogelijk dat er echt alleen maar lelijke mensen in Nederland rondliepen? Ik barste in lachen uit: dat was zo'n eyeopener voor mij! Als je nagaat wat er allemaal rondliep in Franse en Amerikaanse films... en dan kom je als Nederland aanzetten met Hans Kaart met z'n dikke kont, Albert Mol, van wie Hermans ooit zei: "Er speelt een man in mee, nou ja, man." De enige vedette die we konden bieden was Andrea Domburg: een leuke vrouw, maar nee, géén Brigitte Bardot. Dat moment, die openbaring, die uiterst scherpe observatie, zal ik nooit vergeten.
-
Welke filmscène heeft op jou diepe indruk gemaakt?
Ik zou het echt niet weten... of wacht: Ingmar Bergman. Ansiktet uit 1958, die film die begint volgens mij met een dominee en een koster. Die koster loopt scheef van de reumatiek en begint tegen de dominee te praten. Het is een typische Bergman-scène, dus cinematografisch totaal niet spectaculair. Maar inhoudelijk en qua dialoog erg sterk. Die koster legt uit dat hij al veertig jaar gebukt gaat onder de pijn. "Dan vraag ik mij af: hoe lang heeft de kruisiging geduurd? Hooguit zes, zeven uur zal dat pijn gedaan hebben. Maar ik verga al veertig jaar van de pijn! Hoe moet ik dat rijmen met mijn veronderstelde medelijden met de Heer?!" Een visuele herinnering die me nog erg goed bijstaat, komt uit The Longest Day van Darryl F. Zanuck uit 1962. De Amerikanen proberen een stad in Normandië te veroveren. De scène duurt zeker vijf minuten en volgt in één camerabeweging de belegering van dat dorpje. Er gebeuren ontzettend veel dingen tegelijkertijd: dat is echt zo'n peperdure scène die er in één keer op móest staan. Ik vind dat oprecht één van de mooiste scènes uit de filmgeschiedenis. Dat is echt een film die ik om die reden erg graag nog een keer in de bioscoop zou terugzien.
-
Wat is de eerste film die je je kunt herinneren?
Dat was Bambi: die zag ik meteen na de oorlog als eerste in de bioscoop. We hadden vijf jaar geen normale films kunnen zien, dat moesten we dus allemaal inhalen. Gone with the Wind bijvoorbeeld konden we pas zeven jaar na zijn première zien. Ik geloof dat in 1946 het meeste aantal bioscoopkaartjes ooit werd verkocht in Nederland, tegen de 100 miljoen. En dat op tien miljoen inwoners: toen ging dus elke Nederlander gemiddeld tien keer per jaar naar de bioscoop! Bambi is in elk geval de eerste lange speelfilm die ik mij kan herinneren. In de oorlog ging je niet naar de bioscoop, daar vertoonden ze toen toch alleen maar Duitse propagandafilms. Ik kan me wel herinneren dat ik vóór 1940 met mijn vader naar de Cineac ging. Daar zag je dan het Polygoon-journaal, filmpjes van Popeye en natuurdocumentaires. Veel over Afrikaanse negervolken, kan ik me herinneren: avonturiers trokken dan met een camera de Afrikaanse rimboe in en ontdekten daar van die wilde, ontheemde volkeren. Dat waren trouwens filmpjes van hooguit tien minuten, dus stel je daar vooral niet teveel bij voor.
-
Wat is je favoriete Nederlandse film?
Dat is toch De minder gelukkige terugkeer van Joszef Katus naar het land van Rembrandt van Wim Verstappen en Pim de la Parra, uit 1966. Omdat die film met zo ontzettend weinig middelen en toch zo enorm veel bravoure is gemaakt. Dat maakt het voor mij echt een dierbare film. Tegenwoordig proberen veel Nederlandse producties toch vooral concurrenten te zijn van Hollywood-achtige dingen, heel jammer. Er zijn vast mooiere Nederlandse films dan Joszef Katus, maar ik vind het zo'n authentieke film! Daar houd ik erg van. Veel Nederlandse films zijn gewoon geen Nederlandse films. Ik herken in veel Nederlandse films zelden of nooit iets in van wat ik de volgende dag op straat mee maak. Als een film in Nederland speelt, speelt het vaak in een verzonnen Nederland. Ik heb me daar zelf natuurlijk óók schuldig aan gemaakt: Fanfare is me heel dierbaar, maar dat Giethoorn uit Fanfare is natuurlijk een volstrekt verzonnen Giethoorn. Dat is ontzettend typerend voor de Nederlandse film: het is een beetje John Wayne spelen met een boerenkiel aan. Joszef Katus heeft daar totaal geen last van: die film ging heel erg over het Nederland van toen.
-
Van welke film had jij zelf de hoofdrol willen spelen of de regie willen doen?
Ik ben absoluut het tegendeel van iemand die ook maar íets met acteren te maken zou willen hebben. Ik heb ook nooit dat gevoel van mensen die naar een film kijken en dan zelf Brad Pitt zouden willen zijn, of Matt Damon. Die zich op een dusdanige manier met rollen vereenzelvigen dat ze in hun dromen die rollen dan gaan naspelen. Ik heb dat niet. Er zijn mooie rollen, er zijn lelijke rollen, er zijn rollen in alle soorten en maten. Maar ik heb echt nog nóóit het gevoel gehad van: "Gut, dat had ik nou zelf graag willen of kunnen spelen."
Reacties (0)
Er zijn nog geen reacties.