De uit symfonieorkest ontslagen cellist Louka (gespeeld door scenarioschrijver en vader van de regisseur) ziet financiële buitenkans in schijnhuwelijk met Russin. Deze splitst hem haar vijfjarig zoontje Kolja in de maag en neemt zelf de benen. Kolja dwarsboomt Louka's vrijgezellenbestaan en diens succesvolle veroveringen, maar verleidt de toeschouwer en uiteindelijk ook Louka. Politiek getinte komedie in de sfeer van Tsjechische Nouvelle vague speelt zich af tegen de achtergrond van Praagse 'fluwelen' revolutie van 1989. De vrijheid die Louka opoffert in ruil voor de liefde van Kolja is volgens regisseur Sverák (1965) metafoor voor persoonlijke, sociale en politieke verantwoordelijkheid in nieuw kapitalistisch staatsbestel. Oscar voor beste niet-Engelstalige film. © Filmjaarboek
Reacties (0)
Er zijn nog geen reacties.