Robbert Blokland in gesprek met de jonge regisseur Tim Oliehoek over zijn actiekomedie 'Vet hard'.
Heb je lang op Jack in moeten praten voor dat openingsshot? Daarin geeft ie zich fysiek tamelijk bloot...
De titelsequentie bedoel je? Nee, eigenlijk niet. Ik heb het hem gewoon gevraagd; het leek me wel aardig, als associatie met de titel van de film. Die titel wás er op een gegeven moment - daarna hebben we heel lang zitten piekeren hoe we die titel ook enig gestalte konden geven in de film, zodat de titel, die op zich best lekker bekte, ook nog ergens op sloeg. Toen kwamen we terecht bij Bennie: als iemand hem 'dik' noemt, slaat ie diegene neer - opgelost! Het leek me wel een mooi statement: die buik, met daar de letters 'Vet hard' overheen. Dan heeft de kijker ook meteen het gevoel 'oh ja, 1 en 1 is 2'. Daar had Jack absoluut geen moeite mee. Wat hij wél raar vond, was dat ik hem op een gegeven moment belde: 'wil je alsjeblieft je teennagels laten groeien?' 'Waarom dan?' 'Ik wil graag een close-up van je voet met lange teennagels die je dan kan knippen.' 'Okay, best joh.' Ik ben ook degene die die nagel knipt in dat shot: hij kwam er zelf niet bij vanwege de hoek van de camera. Dat was meteen op de eerste draaidag, dat schepte wel direct een intieme band, ja! Toen was al het nog resterende ijs in één keer gebroken.
Eerlijk zijn: wat wilde je eigenlijk worden, acteur of regisseur?
In het begin wilde ik acteur worden, absoluut. Maar ik merkte al snel dat ik degene was die de touwtjes in handen wilde hebben op een set. Het zeggen wat er nu moet gebeuren, dat vond ik naast het hele technische procédé en het creëren van die illusie het leukste aan film maken. Dan kom je als acteur niet ver, volgens mij. Nog los van het feit dat ik een belabberde acteur ben, trouwens. Ik heb die keuze overigens wel vrij snel gemaakt: toen ik de Filmacademie ging doen, heb ik al mijn acteeraspiraties achter me gelaten. En daar ben ik echt heel erg blij mee.
Je staat nog steeds ingeschreven bij Kemna Casting en speelde drie jaar geleden nog in Costa!.
Ja. .... Hoe weet jíj dat??
Klopt het of niet?
Ja, het klopt. Hahahaha! Dat kwam door Job Gosschalk.
Hahahaha! Geef een ander maar de schuld!
Nee! Hij zei: 'dat moet je echt doen, dat is leuk'! Ik vónd het ook erg leuk, trouwens.
Wat speelde je?
Ik was één of andere geile toerist die Victoria Koblenko in haar borsten moest knijpen. Ik probeerde haar te versieren tijdens een wet t-shirt verkiezing, moest ook nog wat dansen. Het was echt maar een heel klein rolletje hoor, ik ben ongeveer twee minuten in beeld. Ik vond het wel érg leuk. Maar toen ik het terugzag, wist ik helemáál zeker: blijf maar lekker regisseren!
Was je op de Filmacademie een Einzelganger?
Hoe bedoel je? Dat ik er uitsprong?
Dat je een beetje buiten 'de groep' viel? Omdat jij film als iets anders zag dan de rest?
Neuh... we hadden wel een groepje waar we veel mee optrokken. Daar zat Rolf bij, en Michael, uit de productieklas, nu van Corrino. Je zoekt wel mensen die je aanspreken natuurlijk: de helft van de regieklas wilde documentaires gaan maken, daar had ik absolúút niets mee. Ik wilde geen dramatische films gaan maken zoals de rest, dat wist ik vrij snel zeker. Maar dat betekent niet dat ik ze niet respecteerde of zo. We waren volgens mij wel een vrij hechte groep.
Ze waarschuwden je toch op de Academie: 'wat jij wilt doen, wil iedereen eigenlijk doen, maar je komt er nog wel achter dat dat niet kan in Nederland'?
Ze zeiden tegen mij, maar dat was volgens mij een algemene boodschap, dat je als regisseur in Nederland moeilijk of niet aan de bak komt, dat wel. 'Je moet niet denken dat je succesvol wordt omdat je toegelaten bent op de Filmacademie, die kans is echt zó klein.' 'Okay, dat zal dan wel, we zien wel, dit is toch wat ik wil.' Er werd ook wel gewaarschuwd dat het genre films dat ik wilde maken nóg moeilijker was in Nederland, dat 'dit soort films hier inderdaad niet gemaakt worden'. Maar ik wil me ook niet vast pinnen op dat actiegenre: ik wil bijvoorbeeld ook nog wel een keer een goede thriller maken. Ik wil niet de rest van mijn leven alleen maar actiekomedies blijven maken, dat lijkt me op een gegeven moment toch te gaan vervelen. Ik wil me zo breed mogelijk proberen te ontwikkelen als filmmaker. Ze waren streng op de Filmacademie, maar misschien moest dat ook wel: ik was vrij arrogant in die tijd. Ik zat op een wolk toen ik naar de Filmacademie toe ging; ik wist zéker dat ik het wel eventjes zou gaan maken. Van die wolk ben ik vrij snel afgetrapt: 'je weet helemaal níks van film maken en luister vooral naar ons als je iets wilt bereiken in het leven'. Ik móest ook nog heel veel leren: tot die tijd deed ik alles zelf als ik een film maakte. Dacht toen ook echt dat dat zo hoorde. Ik heb op de Filmacademie meteen geleerd dat film maken een intensief teamproces is. Leerde dat er meer mensen komen kijken bij film maken dan alleen maar een hyperactieve regisseur. Dat was een belangrijke les waar ik heel veel aan gehad heb.
Iedereen prijst de sfeer op jouw set: nooit een onvertogen woord, nooit een chagrijnig gezicht, geen slaande ruzies. Wat is je geheim?
Ehm... ik wil daar in elk geval niet zelf alle credits voor krijgen hoor: zonder Rolf was ik niet half de man die ik ben op een filmset. Rolf is mijn ogen, Rolf is voor mij echt onmisbaar; zijn aanwezigheid op de set voelt zó vertrouwd. Rolf heeft mij ook geleerd zelfspot te kunnen hebben, trouwens: ik nam mezelf vroeger zó enorm serieus, vond mezelf echt helemaal fantastisch. Tegenwoordig kan ik mezelf een stuk beter relativeren, dat voelt wel erg goed. We mogen onszelf in de handen knijpen dat we elkaar hebben leren kennen op de Filmacademie. Ons werk leek zó enorm op elkaar: hij had ook allemaal achtervolginkjes en vechtpartijen gefilmd, net als ik. Ik zei toen meteen: 'jij gaat mijn eindexamenfilm draaien', en iedereen verklaarde ons voor gek. Ik denk dat een goede voorbereiding op het draaien meer dan het halve werk is: we wisten elk moment precies wat we wilden. Als we geen decoupage hadden, kwamen we niet naar de set: we zijn hele nachten bezig geweest met het plannen elk individuele shot. Film maken is voor een groot deel voorbereiden: als regisseur krijg je zóveel vragen op de set. Alle departementen rekenen er op dat jij weet wat je wilt, dat jij helder kan uitleggen wat ze moeten doen.
Vorige Pagina...***-***...Volgende Pagina

Filmjournalist Robbert Blokland in gesprek met de jonge Nederlandse regisseur Tim Oliehoek over zijn nieuwe actiekomedie 'Vet hard'.
LinkBack URL
About LinkBacks
Met citaat reageren