| 40 |
Rammelende spionagethriller mist warmteDeze mislukte poging om een soort tweede 'Casablanca' neer te zetten gaat vooral gebukt onder een zeer matig script en ongeïnspireerde vertolkingen. 'Shanghai' probeert zoveel genres te combineren dat het resultaat uiterst evenwichtig heeft uitgepakt. Arjan Welles - Film1 |
Broeierig schemerspel"Regisseur Mikael Hafström (Derailed) maakt van Shanghai een broeierig oriëntaals schemerspel en speelt dankbaar leentjebuur bij de traditionele film noir." Marco Weijers - de Telegraaf |
|
Casablanca versus de reuzenspin"Shanghai oogt als een humorloze parodie op Casablanca." Erik Spaans - HP/De Tijd |
|
Shanghai"Ja, dit is het zoveelste onmogelijke liefdesverhaal dat zich afspeelt tegen de achtergrond van een historische gebeurtenis, maar dit is bij lange na geen Titanic of Casablanca. Daarvoor is het verhaal te rommelig en te vol met acteurs die nauwelijks iets te doen krijgen." Romy van Krieken - Veronica Magazine |
|
Zonder puf"Helaas, een oriëntaalse Casablanca wil dit oorlogsdrama vol lauwe liefdesverwikkelingen en ondoorzichtige spionagepraktijken maar niet worden." Kevin Toma - Cinema.nl |
Rammelende spionagethriller mist warmte
door Arjan Welles
Casablanca uit 1942 bracht een uitstekende combinatie tussen oorlog en romantiek. Voor het Amerikaanse publiek speelde het zich lekker ver van de werkelijke hectiek af, namelijk in Marokko in de relatieve begindagen van de Tweede Wereldoorlog. Dat Hitler er in het nabijgelegen Europa een schrikbewind op nahield stond de romance tussen Ingrid Bergman en Humphrey Bogart en het warme gevoel geenszins in de weg. Casablanca werd terecht tijdloos en nog steeds zijn er regisseurs die de film proberen na te apen. Mikael Håfström (Evil, Derailed) is er zo een. Hij kan zich een ongeluk knipogen, maar zijn Shanghai komt niet eens in de buurt van de klassieker.

Håfström laat zijn romantische spionagefilm afspelen in de Chinese havenstad - al filmde hij daadwerkelijk in Thailand. In 1941 is Shanghai in bestuurlijk opzicht een al even onoverzichtelijk rotzooitje als het naoorlogse Berlijn. De indeling van de stad is erop gericht de bezettende Japanners zo veel mogelijk op afstand te houden. John Cusack speelt geheim agent Paul Soames die de klus krijgt om de moord op een collega (Jeffrey Dean Morgan) op te helderen. Hij gaat aan de slag bij de lokale Britse krant om zo dichter bij de beruchte Chinese gangster Anthony Lanting (Chow Yun-Fat) te komen.
Paul weet zich aardig in Lantings posse in te slijmen. Zo komt hij niet alleen in contact met een bevriende Japanse officier (Ken Watanabe), maar ook met Lantings beeldschone vrouw Anna (Gong Li). Je kunt de klok erop gelijk zetten dat Paul en Anna een affaire beginnen en dat doen ze dan ook. De motieven van de geheim agent gaan door elkaar lopen en het wordt wel verdomde lastig om nog achter de waarheid van de moord te komen. De Japanse grootmacht drijft zowel Shanghai als Paul in een hoek. Ondertussen dient ook nog het complot om Pauls collega om zeep te helpen te worden blootgelegd.
Rommelig verhaaltje
De vrouwen in Pauls leven - er is namelijk ook nog een compleet weg te strepen rol van Franka Potente - leiden enorm af van wat de rode draad zou moeten zijn. De romantiek gaat gaandeweg steeds meer de boventoon voeren en doet het toch al rommelige verhaaltje nog meer wankelen. Håfström doet zijn uiterste best om de zaak met een artistiek sausje te overgieten wat resulteert in vervelende flashbacks in zwart-wit die de laatste dagen van Pauls collega verbeelden. De regisseur doet vermoeden dat hij niet heeft kunnen kiezen tussen het afleveren van een spionagethriller of een romantisch drama. Het resultaat is een warrige kluwen van moordaanslagen, ontsnappingen, gespioneer en geflikflooi zonder dat het echt ergens heengaat.
De lijst acteurs die Håfström heeft weten te contracteren is imposant, al is de Aziatische cast wel weer eens op de clichérollen gezet. Cusack brengt het er nog best aardig van af, hoewel je hem soms zichtbaar ziet fronsen bij de onnatuurlijk dialogen die hij met zijn medespelers op moet zeggen. Daar komt bij dat niet alle spelers een goede onderlinge chemie weten op te roepen. Dat blijkt essentieel en is een van de voornaamste redenen dat Shanghai een halfbakken poging is om de sfeer van Casablanca te evenaren. Toen Cusack hoorde dat hij in beeld was voor de hoofdrol, schijnt hij zich een ongeluk te hebben gelobbyd om de klus binnen te halen. Hij had zijn pijlen beter op wat anders kunnen richten.


Paul weet zich aardig in Lantings posse in te slijmen. Zo komt hij niet alleen in contact met een bevriende Japanse officier (Ken Watanabe), maar ook met Lantings beeldschone vrouw Anna (Gong Li). Je kunt de klok erop gelijk zetten dat Paul en Anna een affaire beginnen en dat doen ze dan ook. De motieven van de geheim agent gaan door elkaar lopen en het wordt wel verdomde lastig om nog achter de waarheid van de moord te komen. De Japanse grootmacht drijft zowel Shanghai als Paul in een hoek. Ondertussen dient ook nog het complot om Pauls collega om zeep te helpen te worden blootgelegd.
Rommelig verhaaltje
De vrouwen in Pauls leven - er is namelijk ook nog een compleet weg te strepen rol van Franka Potente - leiden enorm af van wat de rode draad zou moeten zijn. De romantiek gaat gaandeweg steeds meer de boventoon voeren en doet het toch al rommelige verhaaltje nog meer wankelen. Håfström doet zijn uiterste best om de zaak met een artistiek sausje te overgieten wat resulteert in vervelende flashbacks in zwart-wit die de laatste dagen van Pauls collega verbeelden. De regisseur doet vermoeden dat hij niet heeft kunnen kiezen tussen het afleveren van een spionagethriller of een romantisch drama. Het resultaat is een warrige kluwen van moordaanslagen, ontsnappingen, gespioneer en geflikflooi zonder dat het echt ergens heengaat.
De lijst acteurs die Håfström heeft weten te contracteren is imposant, al is de Aziatische cast wel weer eens op de clichérollen gezet. Cusack brengt het er nog best aardig van af, hoewel je hem soms zichtbaar ziet fronsen bij de onnatuurlijk dialogen die hij met zijn medespelers op moet zeggen. Daar komt bij dat niet alle spelers een goede onderlinge chemie weten op te roepen. Dat blijkt essentieel en is een van de voornaamste redenen dat Shanghai een halfbakken poging is om de sfeer van Casablanca te evenaren. Toen Cusack hoorde dat hij in beeld was voor de hoofdrol, schijnt hij zich een ongeluk te hebben gelobbyd om de klus binnen te halen. Hij had zijn pijlen beter op wat anders kunnen richten.








