A Somewhat Gentle Man
50%
Gebaseerd op 2 recensies

Recensies

A Somewhat Gentle Man (2010)

60

Crimineel met een goed hart

" A Somewhat Gentle Man heeft als verhaal weinig om het lijf. Een absurdistische komedie, die wel wat meer tempo had kunnen gebruiken."

Annet de Jong - De Telegraaf
40

Noorse Hercules vol tekortkomingen

Noorse tragikomedie die uitpakt als een droog vertelde mop. Na twaalf jaar gevangenisstraf bungelt Ulrik tussen verkeerde vrienden en het herpakken van zijn familieleven. De goede bedoelingen blijven grotendeels steken in komische terzijdes.

Alexander Zwart - Film1

A Somewhat Gentle Man

" A Somewhat Gentle Man is een gangsterfilm, maar dan volkomen ontdaan van alle glamour. Regisseur Hans Petter Moland legt in zijn regie daarnaast de nadruk op het droogkomische, op de licht absurde aspecten van een van nature aardige man die verloren rondloopt in een vreemde wereld."

André Waardenburg - NRC Handelsblad

Dat alsmaar uitgestreken gezicht begint te ergeren

" Regisseur Hans Petter Moland bespeelt de genrewetten zelfbewust, maar meestal zonder werkelijk originele ideeën. Hij gaat het verplichte rijtje scènes af, die dan allemaal weer zo voor de hand liggend 'anders' uitpakken dat oude clichés voor nieuwe worden ingeruild."

Kevin Toma - Cinema.nl/De Volkskrant

Op een kluitje

" Skarsgård en Moland, die eerder samenwerkten in Zero Kelvin, hebben allebei de juiste toon te pakken, wat a somewhat gentle man tot een plezierige film maakt, die vooral werkt op het niveau van de losse, droogkomische scènes en de tikje vreemde personages."

Mariska Graveland - Filmkrant
****

Noorse Hercules vol tekortkomingen

door Alexander Zwart
Wraaklustige of duistere helden gaan graag zwijgzaam door het leven. Die conclusie kun je onderhand wel trekken. Van de rollen van Alain Delon tot aan die van Sylvester Stallone (het primitief uitgesproken "I am Rambo", alleen het hoogst noodzakelijke) en van de urban cowboys van Charles Bronson (die vooral rook uit zijn mond liet komen) tot aan eigenlijk alles van Clint Eastwood. Allemaal pratend, of in Eastwoods geval soms zelfs grommend, alsof ze minder onschadelijk zouden worden bij elk te veel uitgesproken woord. Een gevaarlijke man heeft baat bij mysterie.


Dat stille wateren geen diepe gronden hoeven te hebben maar ook een laars diep kunnen zijn, bewijst de ietwat sullige en goeiige Ulrik (Stellan Skarsgård) die na twaalf jaar gevangenisstraf eindelijk weer de wereld in mag. Ulrik is eerder een simpele ziel dan een geharde crimineel. Zijn zwijgzaamheid is terug te voeren op een onhandig niet weten wat te zeggen. Van een uitgekiend, berekenend spel is geen sprake. Als hij zijn ogen al toeknijpt dan is dat niet om te intimideren, maar gewoon omdat hij iets niet goed kan lezen of omdat hij iets even heel goed tot zich door wil laten dringen.

Een lobbes als hoofdpersoon, wat moet je ermee in een gangsterfilm. Maar al snel blijkt regisseur Hans Petter Moland helemaal geen geijkt boevenportret met shoot outs voor ogen te hebben. In zijn derde samenwerking met Skarsgård (eerst Zero Kelvin, daarna Aberdeen) haalt hij de gangster uit zijn vertrouwde genre en plaatst 'm met een been in het familieleven en met het andere been in de Noorse onderwereld.

Ulrik krijgt als een leeggelopen, noordelijke Hercules op leeftijd het ene na het andere (sociale) obstakel op zijn pad geworpen: oude vrienden, verloren familie, nieuwe collega's, openstaande rekeningen. En bij elke nieuwe en onwaarschijnlijke confrontatie blijft hij fronzen. Gaat zijn oudere huurbazin met gespreide benen op bed liggen? Het zou onbeleefd zijn als hij haar niet bespringt. Wil zijn ex-vrouw een vluggertje? Ulrik eet maar snel zijn bord leeg om aan de slag te gaan.

Moland probeert de menselijke tekortkomingen van zijn hoofdpersoon te schetsen aan de hand van dit soort platte voorvalletjes. Maar hoewel in een ver verlengde, mist zijn absurdisme het verfijnde en gestileerde van Aki Kaurismäki of bijvoorbeeld het prettig uit de bocht vliegende van de Coen broers. In A Somewhat Gentle Man klinken weinig serieuze tonen door in de overdrijving. Hier heerst juist een plat maar ook té beleefd gelegenheidsabsurdisme.

Ulriks weg naar erkenning blijft hangen in slapstickscènes: vrouwen die zich op z'n Allo Allo's aan hem opdringen, sjofele Sjonnies met vloekende kleren en een lilluputter die in wapens handelt. Bij alles wordt er vanuit gegaan dat de droge toon de diepere laag wel even blootlegt. En Ulrik zelf? Die ziet het voorbij komen en lijkt zich er - aan het vredige einde te zien - wel in te kunnen berusten. Een typisch geval van het geluk dat met de domme is. Zo bekeken doet een niet geheel geslaagde film met platte voorvalletjes hem prima recht: een passende hommage aan een zwijgende, arme sloeber.


Registreren Inloggen