| 70 |
Het verdriet van ParijsDeze met veel finesse gemaakte oorlogsfilm komt door de veelzijdige aanpak wat aarzelend over. Regisseuse Roselyne Bosch tapt soms te veel uit het sentimentele vaatje. Toch weet ze een blijvende indruk achter te laten. Arjan Welles - Film1 |
Inktzwarte bladzijde"schokkende en mensonterende ervaringen en observaties raken je als kijker diep. Mis gaat het echter als de regisseuse de persoonlijke betrokkenheid van Adolf Hitler wil tonen bij de planmatige Jodenvernietiging. Hierdoor wordt het bijna onvoorstelbare drama dat La rafle portretteert pijnlijk onderuit geschoffeld." Marco Weijers - de Telegraaf |
|
La Rafle"Als jeugdeducatie zal La Rafle nog wel werken, maar verder schiet deze smartlap zijn doel voorbij. Dat is te betreuren." Barend de Voogd - Nu.nl |
|
Overtuigende ellende"De film moet echter telkens herstellen van de scènes met Hitler zelf; Duitser Udo Schenk schmiert er in die rol zó op los dat hij wel een mislukte Oost-Europese carnavalsact lijkt." Kevin Toma - Cinema.nl |
|
Razzia in Parijs"De kleurrijke decors, de aandachtig samengestelde kostuums en de vet aangezette onschuld van alles wat geen uniform aan heeft, doen je steeds weer beseffen dat de gruwelen gespeeld worden, dat een scenarist hier heeft lopen puzzelen op zoek naar maximaal effect. En niet met al te best resultaat want er rammelt van alles." Ronald Rovers - Filmkrant |
Het verdriet van Parijs
door Arjan Welles
In de vroege zomer van 1942 werd de Joodse gemeenschap van Parijs opgeschrikt door een grootschalige razzia van de Duitse bezetters. De Nazi's lichtten de Joden uit hun bed en dreven ze bijeen. Dertienduizend mannen, vrouwen en kinderen werden afgevoerd naar een groot wielrenstadion, het Vélodrome d'Hiver. Ze verbleven vijf dagen op de voormalige sportfaciliteit, waar ziektes en de honger bruut om zich heengrepen. Hun hartverscheurende lot was het concentratiekamp Beaune-la-Rolande, dat officieel te boek stond als doorvoerkamp. De ouders werden van hun kinderen gescheiden en naar het oosten afgevoerd.

Deze tragische geschiedenisles is al het onderwerp van een aantal filmbewerkingen geweest, maar het is nooit zo nauwkeurig en persoonlijk gedocumenteerd in La rafle (De razzia), de tweede film van voormalig onderzoeksjournaliste Roselyne Bosch. De beelden van de Joodse gevangenen in het immense stadion zijn uitermate indrukwekkend. De wetenschap dat de werkelijkheid nog onvoorstelbare malen indringender moet zijn geweest, dringt zich onvermijdelijk op. Hoofdpersonen zijn de jonge Joseph Weismann (Hugo Leverdez), een verpleegster die alle zeilen probeert bij te zetten (Mélanie Laurent) en een wanhopige dokter (Jean Reno). Bosch portretteert echt bestaande figuren die hun relaas van de gebeurtenissen hebben gedaan, al is er soms wat vrij omgesprongen met hun geschiedenis.
Bosch belicht deze Parijse tragedie vanuit diverse invalshoeken. Zo schetst ze een beeld van de leefomstandigheden van de Joodse gezinnen die steeds verder beperkt worden in hun vrijheden. Ze toont een hechte gemeenschap die het beste van de situatie probeert te maken. In de spelende kinderen klinkt de anarchie door die de meeste Joodse volwassenen uit verstandelijke overwegingen maar liever niet uitdragen. Maar Bosch filmt ook de onmogelijke opgave van het verplegend personeel dat probeert de Joodse gevangenen de best denkbare medische hulp te verlenen. En ook Hitler zelf komt aan bod, als strateeg, maar ook vrolijk spelend met zijn neefjes en nichtjes op zijn terras in de bergen.

Omschakelen
Deze veelzijdige aanpak vergt het nodige aanpassingsvermogen van de kijker, want Bosch heeft aanvankelijk moeite om al deze verhaalstromen in juiste banen te leiden. Het is toch even omschakelen van een gekwelde Joodse familie naar een roodaanlopende Adolf Hitler die net een radiotoespraak houdt. De flarden die Bosch laat zien van het Joodse leven doen gehaast aan. Pas als het noodlot toeslaat en de razzia aanvangt, heeft ze de juiste toon te pakken. De mensonterende taferelen die ze ons voorschotelt nopen tot rust en een gecontroleerde regie, ondanks alle chaos die de Joodse bevolking ten deel valt. Het eerste shot in het immense stadion doet je adem even verstokken en maakt een einde aan de aarzelingen van Bosch.
Je mag het bijna niet zeggen vanwege de heftige waarheid die de basis van La rafle vormt, maar Bosch schurkt soms gevaarlijk dicht tegen overdreven sentiment aan. Ze trapt gelukkig meestal op het juiste moment op de rem, maar schiet ook wel eens te veel door. Je moet wel van steen zijn om je de tragedie van het Vélodrome niet aan te trekken, een gegeven dat Bosch meer dan haar wellicht lief is wel heel goed uitkomt. La rafle is een met uiterste precisie gemaakt oorlogsdrama, dat misschien juist door de gedegen aanpak wat geforceerd en kunstmatig aandoet.


Bosch belicht deze Parijse tragedie vanuit diverse invalshoeken. Zo schetst ze een beeld van de leefomstandigheden van de Joodse gezinnen die steeds verder beperkt worden in hun vrijheden. Ze toont een hechte gemeenschap die het beste van de situatie probeert te maken. In de spelende kinderen klinkt de anarchie door die de meeste Joodse volwassenen uit verstandelijke overwegingen maar liever niet uitdragen. Maar Bosch filmt ook de onmogelijke opgave van het verplegend personeel dat probeert de Joodse gevangenen de best denkbare medische hulp te verlenen. En ook Hitler zelf komt aan bod, als strateeg, maar ook vrolijk spelend met zijn neefjes en nichtjes op zijn terras in de bergen.

Deze veelzijdige aanpak vergt het nodige aanpassingsvermogen van de kijker, want Bosch heeft aanvankelijk moeite om al deze verhaalstromen in juiste banen te leiden. Het is toch even omschakelen van een gekwelde Joodse familie naar een roodaanlopende Adolf Hitler die net een radiotoespraak houdt. De flarden die Bosch laat zien van het Joodse leven doen gehaast aan. Pas als het noodlot toeslaat en de razzia aanvangt, heeft ze de juiste toon te pakken. De mensonterende taferelen die ze ons voorschotelt nopen tot rust en een gecontroleerde regie, ondanks alle chaos die de Joodse bevolking ten deel valt. Het eerste shot in het immense stadion doet je adem even verstokken en maakt een einde aan de aarzelingen van Bosch.
Je mag het bijna niet zeggen vanwege de heftige waarheid die de basis van La rafle vormt, maar Bosch schurkt soms gevaarlijk dicht tegen overdreven sentiment aan. Ze trapt gelukkig meestal op het juiste moment op de rem, maar schiet ook wel eens te veel door. Je moet wel van steen zijn om je de tragedie van het Vélodrome niet aan te trekken, een gegeven dat Bosch meer dan haar wellicht lief is wel heel goed uitkomt. La rafle is een met uiterste precisie gemaakt oorlogsdrama, dat misschien juist door de gedegen aanpak wat geforceerd en kunstmatig aandoet.










