| 30 |
Tjokvol ziekenhuisromannetjeDat je te veel thema's in een drama kunt stoppen en hierdoor totaal de plank mis kan slaat bewijst dit Spaanse doktersromannetje geproduceerd door Alejandro Amenábar. Door de stortvloed aan onderwerpen die nauwelijks worden uitgewerkt, blijft er weinig hangen. Arjan Welles - Film1 |
De Heer die kwam genezen"Scenarist Daniel Sánchez Arévalo neemt veel tijd voor de psychologische impact van de nuchtere levenshouding van Diego in de tijd voor het schietincident, maar veel minder tijd voor de impact van zijn nieuwe gave daarna. Hierdoor komt de Diego die we daarvoor redelijk goed hebben leren kennen, steeds verder van ons af te staan. Zo ondergaat de kijker een proces dat het omgekeerde is van dat van Diego: van betrokkenheid naar apathie." Mariska Graveland - De FilmKrant |
|
Helende handen"Onder de productionele hoede van Alejandro Aménabar (The Others, Mar Adentro) maakt Oskar Santos met El mal ajeno zijn debuut als speelfilmregisseur. Trefzeker schetst hij de contouren van het verhaal en geeft er vervolgens een intrigerende, magisch-realistische draai aan. De melodramatische ontwikkelingen waarin de Spaanse filmmaker gaandeweg verzandt, steken echter wat flets af bij het veelbelovende begin." Marco Weijers - De Telegraaf |
|
Immuun voor pijn van anders"Het feit dat Diego tegen allerlei bizarre dilemma's aanloopt roept allerlei morele vragen bij de kijker op. Interessant. Maar als morele vragen je gestolen kunnen worden is het niks, je vindt ze per definitie oninteressant." Marco Wisse - Metro |
|
Verzorgd debuut met te vette soundtrack"De wijze waarop Santos met El mal ajeno (letterlijke vertaling: Het leedvermaak) diep in het hoofd van zijn protagonist kruipt, en daarmee de toeschouwer overtuigend deelgenoot maakt van diens verwarring, doet sterk denken aan het vroege werk van zijn mentor. Wel vergaloppeert hij zich aan een onnodig vet aangezette soundtrack, die eerder afstand schept dan dat hij Diego's nieuw verworven gaven invoelbaar maakt." Kevin Toma - De Volkskrant |
Tjokvol ziekenhuisromannetje
door Arjan Welles
De Spaanse alleskunner Alejandro Amenábar, bekend van onder andere Mar adentro en The Others staat doorgaans garant voor kwaliteit. Hij lijkt kieskeurig wat betreft de projecten waar hij zijn naam aan verbindt. Vooral als producent houdt Amenábar zijn inspanningen op een laag pitje. De aankondiging dat uitgerekend deze creatieve duizendpoot zijn handtekening heeft gezet onder het contract van producent voor El mal ajeno doet dan ook de verwachtingen haast de pan uit rijzen. Dit Spaanse drama van regisseur Óskar Santos heeft door de betrokkenheid van Amenábar dan ook extra veel te bewijzen. Het kon niet echter ongelukkiger uitpakken. De vraag doemt al snel op hoeveel thema's je in godsnaam in zo'n honderd minuten aan celluloid kun proppen. We zijn nog niet halverwege of grote onderwerpen als zelfmoord, ongewilde kinderloosheid, coma, alcoholisme, doodslag, SOA's, scheiding, overspel en terminale ziekte zijn al voorbij gekomen.

Santos' drama werd geschreven door Daniel Sánchez Arévalo, een in Spanje gerespecteerd scenarist en regisseur, bekend van titels als Azuloscurocasinegro en de onlangs ook in ons land verschenen dikkerdjeshommage Gordos. Sánchez Arévalo heeft een drama afgeleverd dat nog het meest weg heeft van een gecomprimeerd seizoen van 'Grey's Anatomy'. Niet alleen omdat de dramatische verhandelingen zich grotendeels in en om een ziekenhuis afspelen, maar ook vanwege het schaamteloze soapgehalte en de voor het genre kenmerkend oppervlakkige relatiegehannes. Zelfs hoofdrolspeler Eduardo Noriega (The Devil's Backbone) heeft met zijn grijzende baardje en voorkomen wel wat weg van 'McSteamy'. Eenmaal bewust van deze ongetwijfeld onbedoelde en ongelukkige overeenkomsten vallen deze met geen zeven paarden meer uit je hoofd te rammen. Het geeft Santos' werkje een hoge amusementsfactor mee, terwijl hij het allemaal zo serieus bedoelde.
Noriega speelt de ambitieuze arts Diego die de nodige verwijten naar zijn hoofd geslingerd krijgt door de partner van de in coma geraakte patiënte Sara. Zij was bij hem in behandeling omdat ze lijdt aan een terminale ziekte, wat ze voor haar minnaar Armand verborgen heeft weten te houden. De jonge vrouw is zwanger, overleeft haar zelfmoordpoging maar belandt in een diepe coma. Armand confronteert Diego met de situatie en richt in de parkeergarage van het ziekenhuis een pistool op de arts. Diego weet zich uit deze benarde situatie te worstelen en begint na deze reality check vraagtekens te zetten bij zijn werk en privéleven. De arts heeft zoveel heftigheid en ellende in zijn dokterscarričre voorbij zien komen dat hij immuun lijkt te zijn geworden voor de pijn van anderen. Met zijn vrouw ligt hij in scheiding, zijn dochter is vervelend opstandig en Armands alcoholische vrouw staat op de stoep om zich aan Diego op te dringen.

Sneltreinvaart
Bovenstaande beknopte plotbeschrijving beslaat hooguit het eerste kwartier van El mal ajeno en is tekenend voor de sneltreinvaart waarmee Santos zijn ongeloofwaardige plotwendingen en verhaalelementen op zijn publiek afvuurt. Gevolg van de uitputtende hoeveelheid thema's en de onderling ongetwijfeld hypercomplexe relaties van de personages is dat Santos weinig verder komt dan het aanstippen van alle ellende waarmee de personages moeten zien om te gaan. Zo benoemt de vrouw van Armand, die erachter komt dat haar man samenwoont met Sara, kort dat ze graag te diep in het glaasje kijkt, maar zien we haar nauwelijks ook maar in de buurt van een druppel alcohol komen. Ook Diego's dochter heeft zich de nodige ellende op de hals gehaald, maar komt niet verder dan haar ouders verwijten maken om hun rottige huwelijk. Santos vinkt zijn lijstje keurig af en gaat nergens dieper op de materie in.
El mal ajeno is een aaneenrijging van gemiste kansen. Het had allemaal nog prima kunnen werken als er een (mini)serie van was gemaakt, waarbij er wel ruimte was geweest voor een verdiepingsslag. Als complex mozaďekdrama - wat het eigenlijk ook weer niet is, maar wel wanhopig wil zijn - is het echter hopeloos mislukt. De comedyfactor wordt nog eens vergroot door de bovennatuurlijke draai die Sánchez Arévalo er tegen het eind nog aan geeft. Dat kon er ook nog wel bij, moet de scenarist gedacht hebben. Dit uit zijn voegen barstende doktersromannetje tapt uit te veel vaatjes en mist alles wat de regieprojecten van producent Alejandro Amenábar zo doordacht en integer maken. En daar weten veteranen van de Spaanse cinema als Rueda en Noriega, ondanks hun inspanningen en goede bedoelingen, teleurstellend weinig verandering in te brengen.


Noriega speelt de ambitieuze arts Diego die de nodige verwijten naar zijn hoofd geslingerd krijgt door de partner van de in coma geraakte patiënte Sara. Zij was bij hem in behandeling omdat ze lijdt aan een terminale ziekte, wat ze voor haar minnaar Armand verborgen heeft weten te houden. De jonge vrouw is zwanger, overleeft haar zelfmoordpoging maar belandt in een diepe coma. Armand confronteert Diego met de situatie en richt in de parkeergarage van het ziekenhuis een pistool op de arts. Diego weet zich uit deze benarde situatie te worstelen en begint na deze reality check vraagtekens te zetten bij zijn werk en privéleven. De arts heeft zoveel heftigheid en ellende in zijn dokterscarričre voorbij zien komen dat hij immuun lijkt te zijn geworden voor de pijn van anderen. Met zijn vrouw ligt hij in scheiding, zijn dochter is vervelend opstandig en Armands alcoholische vrouw staat op de stoep om zich aan Diego op te dringen.

Bovenstaande beknopte plotbeschrijving beslaat hooguit het eerste kwartier van El mal ajeno en is tekenend voor de sneltreinvaart waarmee Santos zijn ongeloofwaardige plotwendingen en verhaalelementen op zijn publiek afvuurt. Gevolg van de uitputtende hoeveelheid thema's en de onderling ongetwijfeld hypercomplexe relaties van de personages is dat Santos weinig verder komt dan het aanstippen van alle ellende waarmee de personages moeten zien om te gaan. Zo benoemt de vrouw van Armand, die erachter komt dat haar man samenwoont met Sara, kort dat ze graag te diep in het glaasje kijkt, maar zien we haar nauwelijks ook maar in de buurt van een druppel alcohol komen. Ook Diego's dochter heeft zich de nodige ellende op de hals gehaald, maar komt niet verder dan haar ouders verwijten maken om hun rottige huwelijk. Santos vinkt zijn lijstje keurig af en gaat nergens dieper op de materie in.
El mal ajeno is een aaneenrijging van gemiste kansen. Het had allemaal nog prima kunnen werken als er een (mini)serie van was gemaakt, waarbij er wel ruimte was geweest voor een verdiepingsslag. Als complex mozaďekdrama - wat het eigenlijk ook weer niet is, maar wel wanhopig wil zijn - is het echter hopeloos mislukt. De comedyfactor wordt nog eens vergroot door de bovennatuurlijke draai die Sánchez Arévalo er tegen het eind nog aan geeft. Dat kon er ook nog wel bij, moet de scenarist gedacht hebben. Dit uit zijn voegen barstende doktersromannetje tapt uit te veel vaatjes en mist alles wat de regieprojecten van producent Alejandro Amenábar zo doordacht en integer maken. En daar weten veteranen van de Spaanse cinema als Rueda en Noriega, ondanks hun inspanningen en goede bedoelingen, teleurstellend weinig verandering in te brengen.








