« Terug naar de filmpagina ****

Tweelingzielen zonder richtingsgevoel

door Arjan Welles
Even een lesje wiskunde. Een priemgetal is alleen deelbaar door één en door zichzelf. Helemaal bijzonder zijn die priemgetallen die dicht bij elkaar liggen en enkel worden gescheiden door een even getal. Elf en dertien zijn voorbeelden van deze priemtweelingen, net als zeventien en negentien. Er is niet veel fantasie voor nodig om deze uitleg als metafoor op de menselijke geest los te laten. Helemaal niet als deze wordt geopperd bij een bruiloftsscène in de verfilming van De eenzaamheid van de priemgetallen, de internationale bestseller van auteur annex natuurkundige Paolo Giardano. Dikke kans dat tegen de tijd dat deze uitleg voorbij komt je het allemaal een rotzorg zal zijn. Er gaat namelijk een artistiek onverantwoorde worsteling met de chronologie van anderhalf uur aan vooraf.


De Italiaan Saverio Constanzo stak zijn vinger op toen Giardano's literaire hoogstandje naar bewegend beeld vertaald moest worden. Aanvankelijke nog als scenarist, maar uiteindelijk ook als regisseur. Hierbij lijkt het gegoochel met maar liefst vier tijdslijnen haast een doel op zich te zijn geworden. In eerste instantie zijn het er nog drie die zich simultaan presenteren. Je komt er na enige inspanning achter dat het om dezelfde twee hoofdpersonen, Mattia Balossino en Alice Della Rocca, draait. Als de epiloog zich aandient komt er nog een vierde bij: het nu. Mattia en Alice zijn zielsverwanten die niet al te zorgvuldig met hun lichamen omspringen. Beiden zijn getekend door een traumatische gebeurtenis. Pas als ze elkaar in hun jonge tienerjaren tegen het lijf lopen vallen de dingen op hun plek. Samenzijn blijkt echter een haast nog groter probleem dan elkaars gezelschap opzoeken.

Costanzo lijkt het moment waarop de trauma's zich openbaren zo lang mogelijk te willen uitstellen. In de aanloop naar deze onthullingen krijgen we een fragmentarisch beeld van de complexe levens van de twee outsiders voorgeschoteld. Alice lijdt onder een pusherige vader die haar uiteindelijk, uiteraard geheel onbedoeld, het ongeluk in stort. Op school is ze het pispaaltje en elke poging tot vriendschap wordt door het meisje met een gigantische kat-uit-de-boom-instelling verwelkomt. Mattia is helemaal een rare. Zijn ouders (waaronder Isabella Rossellini in een zeldzame Italiaanse rol) snappen niets van hem. De zonderlinge, maar hoogbegaafde jongen heeft veel last van zijn zwakzinnige tweelingzusje Michela die hem blokkeert in zijn sociale contacten. Zij zet het op de onhandigste momenten op een schreeuwen. Mattia heeft ook nog eens de neiging om zichzelf en plein public te verwonden.


Vorm overschreeuwt inhoud
Regisseur Costanzo maakte enkele jaren geleden nog grote indruk met het kloosterdrama In memoria di me, waarin hij een compleet andere kant van eenzaamheid aanboorde. Waar de Italiaan destijds nog uitblonk in de mystieke ingehouden regie, vliegt hij bij de verfilming van Giardano's monsterhit alle kanten op. Hij heeft de bedoeling gehad de levens van Mattia en Alice zo in te leiden dat het niet meer gaat om de toedracht van hun ongelukken, maar om de aanleiding ervan. Hierin slaagt Costanzo, die met Giordano het script schreef, maar mondjesmaat. De vorm overschreeuwt de inhoud in alle registers. Er wordt nauwelijks een scène afgemaakt, terwijl de epiloog waarin dit nu eens wel gebeurt het grote vakmanschap van de filmmaker bewijst. Het zal ongetwijfeld gelinkt zijn aan de onaffe levens van de karakters, maar als filmtrucje werkt het niet. Het is lastig om in het verhaal te komen, laat staan met de hoofdpersonen mee te leven. Boven het eerste uur van De eenzaamheid van de priemgetallen zweeft dreigend de vraag wanneer het nou eens echt gaat beginnen.

En dat terwijl Costanzo zoveel talent in huis heeft gehaald om de tragische levens van Mattia en Alice vorm te geven. De kindacteurs spelen naturel en verrassend volwassen. Maar de grootste lof gaat uit naar de magische verschijning van Alba Rohrwacher als Alice (onlangs nog te zien als de dochter van Tilda Swinton in Io sono l'amore) en toneelacteur Luca Marinelli als Mattia. De twee hebben een hechte band opgebouwd tijdens het opnameproces, wat in hun onderlinge maar schaarse samenspel terug is te zien. Rosselini is zoals altijd een verademing. Toch heeft Costanzo zijn cast een gemeen geintje geflikt door zo met de chronologie te gaan rotzooien. Er blijft bitter weinig over van de impact van Giordano's boek, dat het grotendeels moest hebben van bizarre gedachtekronkels en opgekropte emoties. De parallellen die in deze filmbewerking worden aangestipt missen hun doel volkomen. Daar kan geen topcast, al hun inspanningen en goede bedoelingen ten spijt, nog iets aan veranderen.