The U.S. vs. John Lennon

“Toen protesteren nog heel gewoon was”

Jesse Heijnis
In 1964 vielen Amerikaanse soldaten Noord-Korea binnen. Vele jaren later kwamen ze er met onnodige veel bloed aan hun handen weer uit. In de tussentijd zong John Lennon 'All we are saying, is give peace a chance' en miljoenen over de hele wereld zongen met hem mee. Over deze protestcultuur van de jaren 60 en 70, de rol van John Lennon en diens botsing met Nixon en co, verhaalt de 'The U.S. vs. John Lennon': een documentaire vol inspirerende muziek, nostalgische beelden en een enkel opgeblazen relletje.


John Lennon begon zijn 'politieke carrière' ongewild toen hij in een interview vertelde dat hij en zijn drie mede Beatles groter waren dan Jezus. Een niet zo vreemde gedachte als je dag in dag uit en avond aan avond wordt achtervolgd door pers, bakvissen en vele andere geïnteresseerden. De Christelijke gemeenschap dacht daar anders over: hoe durfde deze simpele popmuziekkant zichzelf te vergelijken met Jezus!? Hoe vaak Lennon vervolgens ook vertelde dat hij doelde op populariteit en niet op daden, het bleef hem achtervolgen.

Dat al zijn uitspraken op een gouden weegschaal werden gelegd, kwam hem goed van pas toen hij zich stortte op de Vietnam oorlog. In Yoko Ono vond hij de liefde van zijn leven en partner in crime; wat ze ook deden, het nieuws werd gehaald. Samen met de Japanse kunstenares lag hij dagen in bed, posters met de woorden Hair Peace en Bed Peace sierden het raam en de pers vond het prachtig.

Dat 'The U.S. vs. John Lennon' naast die grijsgedraaide beelden van het tweetal in het Amsterdam Hilton, ook nieuw en minder voorspelbaar materiaal laat zien, is mede te danken aan Yoko Ono. Behalve haar bijdrage als een van de vele, goed geïnformeerde en vlot pratende, talking heads, heeft ze materiaal afgestaan uit haar eigen archief. Misschien weinig relevant, maar bijzonder om te zien, zijn de beelden van Lennon als vader. Hij is er een als vele anderen, ware het niet dat je als kijker weet dat hij zijn zoon veel te vroeg gaat verlaten.


Het portret van Lennon als politiek activist wordt nog voorzien van een portie lege sensatie. Zo zou Lennon zijn achtervolgd en afgeluisterd door de CIA. Tot diep in het Witte Huis was men geïnteresseerd in elke plek die hij bezocht en een ieder die hij sprak. Door zijn verblijfsvergunning in te trekken om een vage en laffe reden, probeerden ze hem zelfs het land uit te werken. Dat bewijst misschien dat Lennon inderdaad de Amerikaanse bobo's de stuipen lijf joeg met zijn bijzondere roep om vrede, maar van een clash der giganten, zoals de filmtitel en het spannend gebrachte begin ons doen beloven, is geen moment sprake.

Wat rest zijn Lennons prachtige liedjes en bijzondere protestacties (War is over - If you want it!). Waar in deze eveneens roerige tijden is onze John?