Das Leben der Anderen

“Het schaduwbestaan van een geheim agent”

Alexander Zwart
1984, het jaar waarin Das Leben der Anderen speelt. Waarschijnlijk niet meer dan toeval, maar ook het jaar dat centraal staat in George Orwell's toekomstroman '1984', de roman waarin Orwell de term Big Brother introduceert: iedere bewoner van het totalitaire regime in zijn boek wordt constant in de gaten gehouden. Camera's zitten overal, zelfs huiskamers zijn niet veilig. In Oost-Berlijn 1984 is het niet veel anders. De Stasi, de geheime politie van Oost-Duitsland, heeft het streven iedere burger in de gaten te houden. Met 100.000 agenten en 200.000 informanten mag blijken dat dit geen kleine onderneming is. In naam van de Staatssicherheit, heerst er niets minder dan een terreurbeleid. Corrupte praktijken zijn geoorloofd. En ook niet verdacht gedrag kan erg verdacht overkomen, waardoor je juist extra onder de loep genomen zult worden.


Georg Dreyman (gespeeld door Sebastian Koch) is zo iemand die eigenlijk een té perfect DDR burger lijkt te zijn. Toneelschrijver en poëet waar weinig opruiends vanuit gaat. Heel verdacht. Daar moet een adder onder het gras zitten. Enter Stasi-agent Wiesler (Ulrich Mühe). Deze kleurloze figuur mag de (on)dankbare taak op zich nemen om Dreyman en zijn vriendin, een bekend actrice, af te luisteren.

Regisseur en scriptschrijver Florian Henckel von Donnersmarck kwam tot dit verhaal door twee dingen die hem al lange tijd bezighielden te combineren. Ten eerste zijn herinneringen van toen hij als klein jongetje in Oost-Berlijn kwam, de angstige sfeer die er van iedereen uitging als hij er als westerling was. Het andere uitgangspunt was het beeld dat hij ooit had van een man met een koptelefoon op, gezeten in een onbeduidende ruimte, luisterend naar een mooi muziekstuk, of hij het nou horen wil of niet. Misschien is het al te raden, maar die man met die koptelefoon is nu terug te herkennen in het personage van afluisterend agent Gerd Wiesler. Ulrich Mühe speelt hem met een blik in z'n ogen die het ene moment tussen gedreven en apathisch zit en het andere moment weer een sympathieke loner doet vermoeden. Eentje met aandoenlijke drukknoopjes op z'n jas.


Das Leben der Anderen is het soort film dat allure en overwicht uitstraalt, waarvan je graag aanneemt dat alles waar is. Op zich dus niet verwonderlijk dat het een Oscar voor Beste Buitenlandse Film aan de grote prijzenkast heeft mogen toevoegen. Leden van the Academy hebben immers nog altijd een voorliefde voor films met een tamelijk klassieke opzet, handelend over het aloude gegeven van een 'goede' man versus een 'slechte' man. Een tegenstelling die in dit geval door te voeren is: kleurrijke bon vivant versus gezichtsloze, of theaterman versus toeschouwer.

Pas echt interessant wordt het als deze tegenstellingen op losse schroeven komen te staan, als agent Wiesler gaandeweg begint in te grijpen in het leven van de man die hij afluistert. Eerst nog enigszins onschuldig, door ongemerkt Dreymans huis in te dringen om een boek 'te lenen'. Maar deze ingrepen gaan steeds verder en met steeds meer liefde voor de man die hij schaduwt. Alsof de Stasi-agent zo deel kan nemen aan een leven.

Dat de film niet bezwijkt onder het gewicht van al z'n ingrediënten (drama, thriller, politiek) is naast de opvallend ingehouden regie - een knappe prestatie, helemaal als je bedenkt dat dit een debuutfilm is - te danken aan het centraal stellen van de personages, Dreyman en Wiesler. Ze zijn niet slechts ingezet als pionnetjes om een tijdperk uiteen te zetten, integendeel. Ondanks de beladen achtergrond is dit in de eerste plaats hun verhaal, pas in de tweede plaats een verhaal over Oost-Berlijn. Wat anders een taaie geschiedenisles had kunnen worden, pakt hier boeiend uit door de mens boven de staat te stellen.