La vie moderne

“Warme, Franse melancholie zonder opsmuk”

Sascha Gouw
Na L'approche (2001) en Le quotidien (2005) is La vie moderne het derde deel van het drieluik Profils paysans van regisseur Raymond Depardon over het verdwijnende boerenleven in Frankrijk. Depardon keert terug naar Le Villaret, een gehucht in de bergen boven Lyon. Het kostte de regisseur jaren om het vertrouwen te winnen van de oude, zwijgzame boeren in deze streek. Nu nodigen ze hem zelf uit om aan de hand van zijn vragen het verhaal van een uitstervend beroep te vertellen.


Het zijn allemaal, zonder uitzondering, mensen die er maar het beste van maken in een indrukwekkend, maar onherbergzaam landschap. De jongere generatie klaagt misschien, de oudere ploetert stoďcijns verder. Ze houden vast aan hun manier van leven en moeten niets hebben van de grote agrarische ondernemingen en de toeristen die bezit nemen van de leegstaande boerderijen van het Massif Central.

De gebroeders Privat, Raymond (83) en Marcel (88), zijn hun hele leven lang al celibatair en kunnen maar moeilijk wennen aan de bazige, nieuwe vrouw van hun neef Alain Rouvičre. Verder bezoekt Depardon onder anderen zijn vriend Paul Lavas en het echtpaar Germaine en Marcel Challaye, dat van hun tien koeien er nog twee over heeft. Hij interviewt Daniel Jean Roy, die door zijn ouders gedwongen wordt te werken op de boerderij, maar die eigenlijk liever iets anders zou doen dan boeren.

Statische shots
De gesprekken, veelal gevoerd aan keukentafels, zijn zonder opsmuk. De lange, statische shots geven de geďnterviewden de ruimte om zichzelf te zijn. Ze zijn duidelijk niet gewend om over hun gevoelens te praten en soms, tijdens een scčne waarin Depardon maar vraag na vraag blijft stellen waar de boer het antwoord niet op weet of wil geven, zie je ze in de tussenliggende stiltes denken: "Rare snuiter, die Depardon, met z'n camera en al z'n vragen."

Maar nooit weigeren ze te antwoorden, al doen ze dat vaak slechts monosyllabisch: Non. Oui. Oui-oui. Si. (Nee, ja, natuurlijk, jawel.) En hoewel de stiltes bij vlagen bijna ongemakkelijk worden, zijn ze nooit vervelend. Depardon filmt zonder uitzondering met respect en warmte, af en toe zelfs met een vleugje humor.

De ontmoetingen met de boeren worden afgewisseld met opnames die Depardon maakte op weg naar de afspraken. Hij monteerde zijn camera op de motorkap van zijn auto en zo creëerde hij lange, bijna zweverige shots van het prachtige landschap. Op deze manier worden de seizoenen ook merkbaar: de ene keer is het landschap groen, dan besneeuwd. Het laatste shot van de film is achteruit genomen. Het is vroeg in de avond en stroperig zonlicht strijkt over de gouden hellingen. Een boer kijkt hem na terwijl hij wegrijdt. Met dit afsluitende beeld wordt de liefde van de regisseur voor de streek voelbaar.