Zwart water

“Nederthriller kijkt de kunst uitstekend af”

Arjan Welles
Het Verre Oosten en de Verenigde Staten hebben een lange traditie op het gebied van horrorfilms waarin het draait om ronddolende geesten. Met name de Japanners en Zuid-Koreanen hebben aan de wieg gestaan van het genre. De Amerikanen hebben zich vervolgens gestort op een vermoeiende reeks eigen interpretaties en remakes. In ons eigen kikkerlandje bestaat er nauwelijks een traditie op dit gebied. Zwart water van Elbert van Strien zou hier wel eens verandering in kunnen brengen.


Van Strien, die hiervoor vooral korte films en afleveringen van televisieseries als Baantjer en Ernstige delicten regisseerde, maakt met de horrorthriller Zwart water zijn debuut als speelfilmregisseur. De titel doet sterk denken aan het Japanse Dark Water, van Ring-regisseur Hideo Nakata, dat later in de VS teleurstellend over werd gedaan door Walter Salles. Behalve een gelijkenis in de titel, gaat de vergelijking tussen Dark Water en Zwart water ook op voor grote delen van de plot. Van Strien heeft echter geen Nederlandstalige remake willen maken, maar heeft overduidelijk zwaar geleund op de Japanse voorbeelden. Of laten we ze dan in ieder geval een grote inspiratiebron noemen.

De hoofdrollen worden vertolkt door Hadewych Minis en Barry Atsma. Ze spelen het stel Christine en Paul dat met hun dochter Lisa een enorm landhuis vlak over de Belgische grens betrekt. Christine is in het huis opgegroeid en heeft het gerfd na de dood van haar ouders. Op het emotionele vlak is ze een koelkast en zo gesloten als een oester. Ze wil dan ook niet veel kwijt over haar verleden en stelt zich nauwelijks open voor haar man en hun negenjarige dochter.

In Belgi weet Christine al snel een lekker belangrijke baan binnen te slepen als modeontwerpster en Lisa doet ondertussen haar stinkende best te wennen tussen haar Vlaamse klasgenootjes. Het meisje kruipt graag weg in haar fantasiewereld. Ze wordt aanvankelijk dan ook niet geloofd als ze haar ouders vertelt van een mysterieus meisje dat ze in de kelder van het gigantische huis heeft ontdekt. De twee kinderen raken bevriend, maar dan blijkt deze Karen er een eigen agenda op na te houden. Ze weet Lisa namelijk een aantal goed weggestopte geheimen over haar moeder Christine te vertellen.

Terechte zelfverzekerdheid en pretentie
Wat betreft sfeer zit Van Strien al vanaf de eerste seconde op het goede spoor en wijkt hier nauwelijks meer vanaf in de bijna twee uur die Zwart water klokt. De weelderige begintitels en stemmige muziek van Maurits Overdulve en Han Otten zetten namelijk meteen de goede toon. Deze geslaagde opening wekt zelfverzekerdheid en pretenties op, maar Van Strien kan het zich permitteren deze te hebben. Daarnaast bedient de filmmaker zich van uitstekend camerawerk en heeft hij een goed gevoel voor spanningsopbouw en mystiek. nauwelijks meer van af kan zich wat betreft aankleding, fotografie, montage en score dan ook zonder enige gne meten met de occulte thrillers uit Japan en de VS.

Ondanks de geslaagde kaft, valt er op dit boek inhoudelijk wel het een en ander aan te merken. Zo wil de chemie tussen Atsma en Minis, individueel beiden zeer vakkundige acteurs, niet echt op gang komen. Dit wordt wellicht veroorzaakt door de afstandelijke rol die Minis moet vertolken, in combinatie met de goedzak die Atsma neerzet. Als koppel willen de twee maar niet geloofwaardig worden. Ook de plot van Zwart water is behoorlijk afgezaagd, maar wellicht is dit wel kenmerkend voor het genre en moet je je hier maar niet te veel aan storen. Het is Elbert van Strien te prijzen dat hij zijn speelfilmdebuut op diverse vlakken zo professioneel heeft opgetuigd, waarbij hij nauwelijks zijn gelijk hoeft te halen bij goedkope reflexmatige schrikeffecten. Een veelbelovend begin van hopelijk een nieuwe vaderlandse traditie.